Waarom Verlaten Olifanten het Bos? Een Blog door Mo & Kie
Sinds juli 2024 maken onze veldonderzoekers Mo en Kie deel uit van de Coexistence Impact Fellowship, ondersteund door de Cincinnati Zoo & Botanical Garden (CZBG). Door middel van mentoring, praktijkgericht leren, onderzoeksbesteuning en internationale uitwisseling heeft de fellowship hen geholpen te groeien als leiders op het gebied van natuurbescherming, werkend in het hart van de samenleving tussen mens en olifant in Thailand. Vanaf nu kunnen we in de onderstaande blog lezen over hun avontuur en hun bevindingen!

Waarom hebben we dit onderzoek gedaan?
Overal in Thailand, naarmate er meer land wordt omgevormd voor landbouw, ecotoerisme en woningbouw, merken dieren die ooit vrij rondwierven dat hun wereld krimpt en versnippert. Aziatische olifanten behoren tot de meest getroffen diersoorten. Aangetrokken tot gebieden buiten de grenzen van beschermde natuurreservaten door voedzame gewassen, water en gemakkelijk voedsel, staan ze steeds vaker oog in oog met de lokale gemeenschappen wiens land ze doorkruisen.
Dit geldt in het bijzonder voor het Kaeng Krachan-boscomplex, een UNESCO-werelderfgoedlocatie die bekendstaat om zijn uitzonderlijke biodiversiteit. Het complex omvat vier beschermde gebieden: Nationaal Park Kaeng Krachan, Nationaal Park Kui Buri, Nationaal Park Chaloem Phrakiat Thai Prachan en het wildreservaat Mae Nam Phachi. Onze focus ligt op het Nationaal Park Kui Buri, dat gezonde populaties Aziatische olifanten, gaur (Bos gaurus) en luipaarden (Panthera pardus) herbergt, waardoor het een belangrijk kerngebied is voor wildbeheer in de regio.
Dus waarom is dit zo belangrijk? Omdat tot nu toe niemand systematisch in kaart had gebracht waar olifanten naartoe gaan zodra ze de grenzen van Kui Buri overschrijden, of waarom sommige gebieden hen meer aantrekken dan andere. Ons doel was om dat gat in de kennis te dichten.

Hoe hebben we het gedaan?
In plaats van te wachten tot we een olifant in het wild zouden spotten (een spannende maar onbetrouwbare manier om gegevens te verzamelen), gingen we op zoek naar de sporen die ze achterlaten: voetafdrukken, mest en vertrapte vegetatie. We verdeelden het landbouwlandschap rondom Kui Buri in een raster van 1,5 vierkante kilometer en liepen vervolgens routes door elk vak. Hierbij legden we systematisch elk olifantenspoor vast dat we vonden, en net zo belangrijk: elk rastervak waar we niets vonden. Daarnaast voerden we informele gesprekken met boeren en rangers om meer te weten te komen over de aanwezigheid en de bewegingen van olifanten in het gebied.

Soms gaven vriendelijke buurtbewoners ons een lift op hun motor naar de dichtstbijzijnde onderzoekslocatie. Dorpshonden hielden ons gezelschap terwijl we door de regio trokken (om het uiteindelijk op te geven, waardoor we ze genoodzaakt waren terug te dragen!).

Tussen november 2024 en maart 2025 heeft ons machtige team van twee maar liefst 410,7 km te voet afgelegd, waarbij 165 rastervakken werden onderzocht in een landschap dat aan 21 dorpen grenst. Het resultaat: 328 afzonderlijke waarnemingen van olifantensporen, waarbij de activiteit van olifanten werd bevestigd in 62 van de 165 vakken, en er in één enkel vak zelfs 20 verschillende sporen opdoken!
Meer dan eens kregen we dat tintelende gevoel waarbij de haren op onze armen overeind gingen staan—het besef dat er een olifant of gaur dichterbij was dan we dachten, ergens in het struikgewas net buiten ons gezichtsveld. Gelukkig duurde dat kippenvel nooit lang. Temperaturen in het droge seizoen die opliepen tot 35–45°C wisten ons snel genoeg weer op te warmen.

Wat zijn onze bevindingen?
Vier factoren sprongen eruit als de sterkste voorspellers van welke gebieden het meest door olifanten werden gebruikt:
- We ontdekten dat gebieden met rangerstations en ecotoerisme de meeste olifanten aantrokken. Dit komt waarschijnlijk door een betere bescherming tegen stroperij en de aanwezigheid van betrouwbare bronnen zoals waterpoelen, likstenen en onderhouden graslanden.
- Goed verbonden bossen bleken van groot belang te zijn! Rastervakken waar bospercelen met elkaar in verbinding stonden, werden beduidend meer door olifanten gebruikt. Verbonden bossen worden door olifanten sneller gebruikt als veilige corridors om doorheen te trekken en als schuilplaats om overdag aan de hitte te ontsnappen, in plaats van dat ze gedwongen worden om open, risicovol terrein over te steken.
- Oliepalmplantages bleken onverwachte schuilplaatsen te zijn. Gebieden met meer oliepalmen werden meer door olifanten gebruikt, waarschijnlijk omdat het bladerdak van volwassen palmen dicht is en schaduw biedt terwijl ze door het landbouwlandschap trekken.
- Verrassend genoeg vonden we een negatief verband tussen het aandeel ananasplantages en het habitatgebruik van olifanten. Hoewel olifanten de reputatie hebben dat ze graag ananasoogsten plunderen, werden rastervakken met meer ananasplantages juist minder door hen gebruikt. Onze logische verklaring hiervoor is dat ananasboerderijen vaak gepaard gaan met meer menselijke activiteit en verstoring. Zelfs een olifant met een enorme trek in ananas kan besluiten dat het risico niet opweegt tegen de beloning. Dit is een bevinding die ingaat tegen de algemene opvatting en waarvan wij denken dat het de moeite waard is om verder te onderzoeken.

Wat is de volgende stap?
Nu de eerste dataset is geanalyseerd, verschuift onze focus naar het omzetten van deze bevindingen in actie. In gebieden die vaker door olifanten worden gebruikt, is het vergroten van het bewustzijn onder nabijgelegen gemeenschappen essentieel om gevaarlijke confrontaties te voorkomen voordat ze plaatsvinden. En omdat olifanten de voorkeur geven aan goed verbonden bossen, moet het behouden en herstellen van deze habitatverbindingen een topprioriteit zijn voor landbeheerders die olifanten in het bos en buiten gevaar willen houden.
Er valt ook nog meer te leren. Onze onderzoeken hebben slechts een momentopname van één droog seizoen vastgelegd. Het gedrag van olifanten kan aanzienlijk veranderen zodra de regen terugkeert en het landschap met hen mee verandert. Toekomstige onderzoeken die zowel het natte als het droge seizoen beslaan, zullen ons helpen te begrijpen hoe deze patronen zich gedurende het jaar standhouden.
Voor nu geeft dit onderzoek ons echter het duidelijkste beeld tot nu toe van hoe olifanten navigeren in de wereld net buiten de grenzen van Kui Buri. Het vormt een solide basis voor het werk dat nog voor ons ligt om mensen en olifanten te helpen dit landschap veiliger te delen!

Een laatste woord van dank!
Wij van Bring The Elephant Home zijn ongelooflijk trots op dit project dat Mo en Kie hebben opgezet. De resultaten die zij hebben gevonden zullen zeer waardevol zijn voor de toekomstige bescherming van Aziatische olifanten en de lokale bevolking. Daarnaast willen we de Cincinnati Zoo & Botanical Garden hartelijk bedanken voor hun samenwerking aan dit project!

